Foto van Martin Oosthoek

Een kostuum van mijn eigen kudde, dat zou gaaf zijn

Interview met martin oosthoek

Schaapsherder Martin Oosthoek hoedt maar liefst 2.500 schapen binnen de stadsgrenzen van Rotterdam. De wol van de dieren werd altijd weggegooid of verbrand. Jarenlang nam Martin dat voor lief. Totdat hij de gemeente vroeg of er niet iets met het materiaal gedaan kon worden.

“Sinds 2008 ben ik schaapsherder. Daarvoor hield ik al wat schaapjes als hobby. Maar toen ik in Venlo iemand tegenkwam die schapen inzette als 'natuurlijke grasmaaier' voor gemeentegrond, dacht ik: zo kan ik dus van mijn hobby mijn werk maken. Ik ging lobbyen bij gemeenten, maar die reageerden allemaal lacherig: 'voor schapen moet je op de hei zijn, dat kan hier helemaal niet'.”

“Tot ik een proef mocht doen in het Balijbos bij Zoetermeer. Dat leverde veel publiciteit op. Wethouders die dat lazen dachten: kan dat bij ons ook niet? Zij wilden ook wel eens positief in het nieuws komen. Ik woonde destijds in Bergschenhoek, dat werd mijn eerste opdrachtgever. Later kwam Rotterdam erbij. Nu hoed ik ook schapen in Pijnacker, Leidschendam en Vlaardingen. Ik heb inmiddels vier herders in dienst.”

“In Rotterdam houd ik 2.500 schapen, samen met twee onderaannemers. Op een dag zat ik met iemand van de gemeente aan tafel die vroeg hoe het ging. Ik vertelde dat de begrazing goed ging, maar dat het eigenlijk wel zonde is dat de wol wordt weggegooid. Ik had het gevoel dat er meer mee mogelijk was, maar ja, ik wist ook wel dat arbeid duur is. En ik dacht: als ik naar de kapper ga, gooien ze mijn haar ook weg. Ik zag wol als een kostenpost die er gewoon bij hoort.”

“Maar die gemeenteambtenaar zei: misschien kan ik er wel wat mee. Hij stuurde me door naar Carolien van Eykelen, transitieregisseur Groene Stromen bij de gemeente. Zij is er werk van gaan maken en heeft ontwerper Christien Meindertsma de mooiste dingen laten maken van de wol. Ik heb er niet zo veel verstand van - mijn vrouw koopt mijn kleren - maar ik vond het ongelofelijk dat er zo'n dunne draad van gemaakt kan worden, zo'n fijn kleedje.”

“Ik ben blij dat er nu iets met de wol gedaan wordt, al wegen de opbrengsten nog niet op tegen de kosten van het scheren. Bij het uitkiezen van schapen let ik nu trouwens veel beter op de vacht. Voorheen zocht ik altijd een goed begrazingsschaap, dat netjes meeloopt en goed kuddegedrag vertoont. Nu kijk ik ook of de wol niet te harig is. Ik zou het geweldig vinden als de producten ooit bijvoorbeeld bij C&A liggen. Een kostuum van mijn eigen kudde, dat zou gaaf zijn.”